Het binnen het eigen bedrijf opfokken van jongvee moet worden aangemerkt als het ontwikkelen van een bedrijfsmiddel. De btw op de opfokkosten is aftrekbaar en kan worden herzien overeenkomstig haar bestemming. Ook melk producerende koeien zijn bedrijfsmiddelen. De btw-herzieningsregels zijn van toepassing. Dit is wat de Hoge Raad recent oordeelde in de zaak van een melkveehouderij die overging van de landbouwregeling op de normale btw-regels. Deze uitspraak is ook van belang in het kader van de afschaffing van de landbouwregeling per 1 januari 2018. U kon als landbouwer immers in 2018 in uw btw-aangifte in één keer de aftrek van voorbelasting herzien. Heeft u vorig jaar in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad het standpunt in te nemen dat de btw in de opfokkosten ook in aanmerking moet komen voor herziening? Dan heeft u nu van de Hoge Raad daarin gelijk gekregen.

    Het binnen het eigen bedrijf opfokken van jongvee moet worden aangemerkt als het ontwikkelen van een bedrijfsmiddel. De btw op de opfokkosten is aftrekbaar en kan worden herzien overeenkomstig haar bestemming. Ook melk producerende koeien zijn bedrijfsmiddelen. De btw-herzieningsregels zijn van toepassing. Dit is wat de Hoge Raad recent oordeelde in de zaak van een melkveehouderij die overging van de landbouwregeling op de normale btw-regels. Deze uitspraak is ook van belang in het kader van de afschaffing van de landbouwregeling per 1 januari 2018. U kon als landbouwer immers in 2018 in uw btw-aangifte in één keer de aftrek van voorbelasting herzien. Heeft u vorig jaar in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad het standpunt in te nemen dat de btw in de opfokkosten ook in aanmerking moet komen voor herziening? Dan heeft u nu van de Hoge Raad daarin gelijk gekregen.

    De papieren aandelen aan toonder worden op 1 juli 2019 afgeschaft voor niet-beursgenoteerde vennootschappen. Dit moet misbruik van deze aandelen voorkomen. De aandelen aan toonder worden via een statutenwijziging omgezet in aandelen op naam. Doet de vennootschap dit niet, dan gebeurt dit van rechtswege op 1 januari 2020. Aandeelhouders van papieren aandelen aan toonder moeten deze inleveren bij de vennootschap. Dit kan tot 1 januari 2021. Doen zij dat niet, dan verliezen zij de rechten die zijn verbonden aan hun aandelen. Niet-ingeleverde aandelen komen automatisch in handen van de vennootschap.

    Opfokken melkvee is ontwikkelen bedrijfsmiddel – btw-aftrek toegestaan

    Het binnen het eigen bedrijf opfokken van jongvee moet worden aangemerkt als het ontwikkelen van een bedrijfsmiddel. De btw op de opfokkosten is aftrekbaar en kan worden herzien overeenkomstig haar bestemming. Ook melk producerende koeien zijn bedrijfsmiddelen. De btw-herzieningsregels zijn van toepassing. Dit is wat de Hoge Raad recent oordeelde in de zaak van een melkveehouderij die overging van de landbouwregeling op de normale btw-regels. Deze uitspraak is ook van belang in het kader van de afschaffing van de landbouwregeling per 1 januari 2018. U kon als landbouwer immers in 2018 in uw btw-aangifte in één keer de aftrek van voorbelasting herzien. Heeft u vorig jaar in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad het standpunt in te nemen dat de btw in de opfokkosten ook in aanmerking moet komen voor herziening? Dan heeft u nu van de Hoge Raad daarin gelijk gekregen.

     

    Wel of geen oudedagsreserve opbouwen?

    Met de vorming van de oudedagsreserve kan u de winst jaarlijks afromen, zonder dat u werkelijk een uitgave doet. Het is eigenlijk niet meer dan een papieren reserve in de vorm van een aftrekpost. U bouwt dus niet werkelijk een oudedagsvoorziening op. Maar als u uw onderneming staakt, wordt de oudedagsreserve wel bij uw winst geteld en moet u er alsnog belasting over betalen. U bent zich hiervan misschien niet altijd bewust. Heeft u de financiële mogelijkheden daartoe, dan doet u er verstandig aan om ook werkelijk liquide middelen opzij te zetten ter grootte van de jaarlijkse dotatie aan de oudedagsreserve.

    Betaal vóór 1 juli 2019 de lijfrentepremie bij omzetting oudedagsreserve voor aftrek in 2018

    Wil u uw oudedagsreserve omzetten in een lijfrente bij een bank of verzekeraar en de lijfrentepremie nog in uw IB-aangifte 2018 in aftrek brengen? Zorg er dan voor dat u de premie op tijd betaald. De lijfrentepremie is nog aftrekbaar in 2018, mits de premie uiterlijk wordt betaald vóór 1 juli 2019. Het is toegestaan om in het jaar van staking nog te doteren aan de oudedagsreserve. Dit bedrag moet u dan wel mede gebruiken voor een lijfrente. Ook aan de overige voorwaarden voor toevoeging aan de oudedagsreserve moet u hebben voldaan.

    Let op beperkte terugvraagtermijn btw op zonnepanelen

    Heeft u zonnepanelen aangeschaft? In dat geval kunt u de btw op de aanschafprijs van de panelen en op de installatiekosten terugvragen bij de Belastingdienst. Voor 1 januari 2019 gold hiervoor geen uiterste termijn. Daarin is verandering gekomen. De teruggaaf moet u sindsdien aanvragen binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin u de panelen heeft aangeschaft. Heeft u de panelen vóór 2019 gekocht, dan kunt u in elk geval de btw nog tot 1 juli 2019 terugvragen, ongeacht het jaar waarin de zonnepanelen zijn aangeschaft.

    Betaal voor 1 juli 2019 stakingslijfrentepremie voor aftrek in 2018

    Heeft u uw onderneming in 2018 gestaakt en wil u in dat jaar de stakingslijfrentepremieaftrek claimen? Zorg er dan voor dat u de premie op tijd betaalt. ‘Op tijd’ wil hier zeggen dat u de lijfrentepremie uiterlijk vóór 1 juli 2019 heeft betaald. U mag de stakingslijfrentepremie dan in mindering brengen op het inkomen in het stakingsjaar. De aftrek is wel gemaximeerd. De hoogte hangt onder meer af van de uw leeftijd op het stakingsmoment en de mate van eventuele arbeidsongeschiktheid. Ook is van belang de ingangsdatum van de lijfrente-uitkeringen en of de staking het gevolg is van uw overlijden.

    Uw oproepkrachten krijgen meer rechten!

    Nu de inwerkingtreding van de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ op 1 januari 2020 een feit is, zult u dit jaar in actie moeten komen als u gebruik maakt van oproepkrachten. Zij krijgen volgend jaar namelijk meer rechten. Als een contract 12 maanden heeft geduurd moet u de werknemer een aanbod doen voor een vast aantal uren gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen 12 maanden. U bent gehouden om dit binnen 1 maand na afloop van deze periode te doen. Voor werknemers die in 2019 al aan dit vereiste voldoen, kent de nieuwe regeling 1 maand uitstel. Concreet betekent dit dat u aan deze groep werknemers tenminste op 1 februari 2020 een aanbod moet doen. Kortom, het aantal uren in 2019 is hiervoor dan bepalend. Als u werkt met tijdelijke contracten, is dit uiteraard een moment om dan of nu al in 2019 te beslissen of u nog wel de arbeidsovereenkomst wilt verlengen.

    Aan de slag met de Wet arbeidsmarkt in balans – inventariseer tijdelijke contracten

    Afgelopen dinsdag is ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ (Wab). Omdat de nieuwe regels van de Wab op 1 januari 2020 onmiddellijke werking hebben, moet u er waarschijnlijk dit jaar al mee aan de slag. Dat is met name het geval als u bestaande overeenkomsten hebt die nog kunnen worden verlengd en mogelijk doorlopen na 2020. De nieuwe ketenbepaling van 3 jaar is dan nl. direct van toepassing. Om te bepalen of en hoe u hiervan kunt profiteren, doet u er verstandig aan om de bestaande tijdelijke contracten te laten inventariseren.

    Controleer WGA-instroomcijfers 2018

    Medio mei stuurt het UWV u een brief met de WGA-instroomcijfers van 2018. Naast het landelijk instroomcijfer en het instroomcijfer van de sector waarin u bent ingedeeld, staat hierin ook uw eigen  instroomcijfer. Het is van groot belang dat u dit goed (laat) controleren, omdat de instroomcijfers direct van invloed zijn op de werkgeverspremies die u in 2020 moet betalen. U heeft na ontvangst van de brief slechts twee weken de tijd om aanpassingen door te (laten) geven aan het UWV. In juli 2019 maakt het UWV de definitieve instroomcijfers bekend.

    Tarieven eurovignet per 1 juli omhoog

    De tarieven van de belasting zware motorrijtuigen (het eurovignet) gaan per 1 juli 2019 omhoog. Rijdt u of rijden uw werknemers met een vrachtwagen(combinatie), dan moet u naast motorrijtuigenbelasting vaak ook de belasting zware motorrijtuigen betalen. Dat is het geval als u of uw werknemers de vrachtwagen(combinatie) op de autosnelweg wil gebruiken en uw wagen aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • de vrachtwagen(combinatie) is bestemd of wordt gebruikt voor goederenvervoer;
    • de toegestane maximummassa van de vrachtwagen(combinatie) is 12.000 kilogram of meer.

     

    Het totaal aantal assen en de euronorm van uw vrachtwagen(combinatie) bepalen het tarief. Het tarief voor 1 dag wordt € 12 voor alle klassen. Klik hier voor een overzicht van de tarieven 2019 en die per 1 januari 2020.